Rb. Rotterdam 5 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2166
Tabaks- en rookwarenwet. Bestuurlijke boete omdat de gezondheidsverklaring op de buitenverpakking van een navulvloeistof een te klein oppervlak zou beslaan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de staatssecretaris in zijn besluitvorming onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat sprake is van een overtreding. Omdat de meetresultaten en -gegevens geen onderdeel uitmaken van het rapport van bevindingen of het deskundigenbericht en deze ook niet kenbaar zijn gemaakt met het bestreden besluit, is de wijze waarop de conclusie dat de gezondheidsverklaring op de buitenverpakking niet de vereiste 30% beslaat van de buitenverpakking tot stand is gekomen, onvoldoende inzichtelijk en onvoldoende verifieerbaar. De rechtbank acht daarom het bewijs van de overtreding, zoals dat aan het bestreden besluit ten grondslag is gelegd, onvoldoende zodat de staatssecretaris tekort is geschoten in zijn bewijsvoering.
De uitspraak op rechtspraak.nl