Rb. Rotterdam 24 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1852

Verzoek van werkneemster om billijke vergoeding na opzegging van de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV wordt afgewezen. Enkele gedragingen van de werkgever zijn in zekere zin verwijtbaar, maar niet ernstig verwijtbaar. Voor het overige heeft werkgever zich steeds gehouden aan het advies van de bedrijfsarts. De kantonrechter is verder van oordeel dat geen vakantieuren worden opgebouwd na 104 weken arbeidsongeschiktheid (tijdens slapend dienstverband). Wettelijke verhoging wordt ook afgewezen, omdat de loonstop die werkgever had toegepast en later had teruggedraaid terecht was.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken