Rb. Rotterdam 25 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1641
Partijen zijn gehuwd in Irak en gescheiden naar Nederlands recht. De vrouw vordert dat de man meewerkt aan een Iraaks/islamitusche echtscheiding. Iraaks en islamitisch recht valt samen. De wet scrhijft voor de man meewerkt (art 1:68 lid 2 BW). Tijdens de procedure is twee maal geschorst om deze echtscheiding via de ambassade danwel in Irak geregeld te krijgen, maar de man heeft niet meegewerkt, omdat hij van mening is dat de vrouw zonder zijn medewerking kan scheiden. Daarbij gaat hij voorbij aan zijn verplichting uit 1:68 lid 2 BW. Daarom wordt hij veroordeeld tot medewerking met de gevorderde dwangsom.
De uitspraak op rechtspraak.nl