Rb. Rotterdam 20 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1471

Wet dieren. Bestuurlijke boete omdat de voorgeschreven wachttijd werd niet in acht genomen voor het in de handel brengen van landbouwhuisdieren in het geval van toediening van toegestane stoffen of producten. Rapport van bevindingen biedt voldoende bewijs voor de overtreding. Geen sprake van een waarschuwing die is omgezet in een bestuurlijke boete, want de waarschuwing is opgelegd voor overtreding 1 (het onjuist invullen van het VKI-formulier) en de boete voor overtreding 2 (het in de handel brengen van het geitenbokje binnen de wachttijd). Wat eiseres heeft aangevoerd, maakt niet dat de overtreding haar niet, of minder, kan worden verweten. Gelet op het belang dat de overtreden norm dient – de bescherming van de volksgezondheid – wordt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders door het op de zitting ingenomen en onderbouwde standpunt dat eiseres vanaf het jaar 2000 10.863 dieren heeft afgeleverd, waarvan dit geitenbokje het eerste dier is waarbij deze overtreding is vastgesteld. Bestuurlijke boete van € 5.000,- is evenredig.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken