Rb. Rotterdam 12 oktober 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:14046

Kort geding. Conventie: Afgifte goederen. Reconventie: voorzieningenrechter is niet internationaal bevoegd. Brussel I bis-Vo.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/723000/ KG ZA 26-716
Vonnis in kort geding van 12 oktober 2026
in de zaak van
CMA SHIPS, SOCIÉTÉ PAR ACTIONS SIMPLIFIÉE À ASSOCIÉ UNIQUE,
gevestigd te Marseille, Frankrijk,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
hierna te noemen: CMA Ships,
advocaat: mr. M.J. Hajdasinski,
tegen
RONNICK LOGISTICS B.V.,
gevestigd te Uithoorn en kantoorhoudende te Schiphol-Rijk,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
hierna te noemen: Ronnick,
advocaten: mrs. P.A. Josephus Jitta en S.A. Amrani.

De zaak in het kort

In dit kort geding vordert CMA Ships afgifte van drie zendingen goederen die bij Ronnick in opslag staan. Deze vordering wordt toegewezen. In reconventie verklaart de voorzieningenrechter van deze rechtbank zich niet internationaal bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen die Ronnick als lasthebber en gevolmachtigde van een Amerikaanse derde tegen CMA (Ships) heeft ingesteld.

1 De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 juli 2026 met producties 1 tot en met 7
- het bericht van mr. Hajdasinski met het verzoek van partijen om de zaak voor een periode van vier weken aan te houden
- de akte van eisvermindering van CMA Ships - de producties 8 tot en met 11 van CMA Ships
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 9 van Ronnick - de incidentele conclusie houdende een beroep op onbevoegdheid in reconventie van CMA Ships
- de mondelinge behandeling van 28 september 2026
- de pleitnota van CMA Ships - de pleitnota van Ronnick.

1.2 Bij akte van eisvermindering heeft CMA Ships de bij dagvaarding tegen de curator van de op 7 juli 2026 failliet verklaarde Global Air Compass Marine Logistics B.V. ingestelde vorderingen ingetrokken. Daarmee resteert Ronnick in dit kort geding als enige gedaagde, zoals reeds is verwerkt in de kop van het vonnis en hierna onder de weergave van het geschil. CMA Ships heeft de bij dagvaarding tegen Ronnick ingestelde vorderingen ongewijzigd gehandhaafd.

2 De feiten

2.1 CMA Ships houdt zich onder meer bezig met scheepsmanagement en daarmee samenhangende logistieke en operationele activiteiten ten behoeve van schepen en vlootbeheer. CMA Ships treedt in deze procedure (mede) op namens en ten behoeve van haar (eveneens in Marseille gevestigde) bestuursvoorzitter (‘président’) CMA CGM S.A. (CMA). CMA Ships en CMA maken deel uit van het CMA-concern, waartoe onder meer ook American President Lines, LLC/APL Maritime, Ltd. (samen: APL) behoren.

2.2 Global Air Compass Marine Logistics B.V. te Rotterdam (GAC) is op 7 juli 2026 failliet verklaard. Mr. R.M. Avezaat is tot curator benoemd. GAC hield zich bezig met diensten op het gebied van internationale expeditie, logistiek en scheepagenturen. GAC maakt deel uit van het GAC-concern, waartoe ook Global Air Compass Marine Logistics USA LLC. (GAC USA) behoort.

2.3 Tussen CMA Ships (“acting as a ship management company on its own behalf as well as on behalf of its parent and affiliated companies as detailed under Schedule 2”) als ‘buyer’ en GAC als ‘supplier’ is op 14/17 oktober 2024 een ‘Contract for the Supply of Products and Services” tot stand gekomen, door partijen aangeduid met ‘Framework Contract’ (productie 8 van CMA Ships). Het Framework Contract is inmiddels door GAC opgezegd.

2.4 Ronnick is een logistiek dienstverlener die goederen voor derden opslaat en afhandelt. Ronnick houdt voor GAC twee partijen goederen afkomstig van MacGregor en een partij goederen afkomstig van Schneider Electric France in opslag in een loods in Schiphol-Rijk. Deze drie partijen goederen (hierna: de CMA-goederen) zijn eigendom van CMA,. De CMA-goederen zijn bestemd voor operationeel gebruik aan boord van het schip ‘CMA CGM Alexandria’.

2.5 CMA Ships heeft namens en ten behoeve van CMA, na daartoe op 29 juni 2026 verkregen verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland, ten laste van GAC onder Ronnick conservatoir beslag tot afgifte doen leggen op de CMA-goederen. De CMA-goederen bevinden zich in de opslaglocatie van Ronnick te Schiphol-Rijk.

2.6 GAC USA heeft logistieke, opslag- en douane gerelateerde diensten verricht in opdracht van GAC ten behoeve van CMA/APL. Tussen CMA/APL en GAC USA is geschil ontstaan over de betaling van verschillende facturen van in totaal USD 440.816,55 (de facturen zijn voor een bedrag van USD 166.718,16 aan CMA gericht en voor een bedrag van USD 274.098,39 aan APL). GAC USA heeft Ronnick bij ‘Collection Authorization and Power of Attorney’ van 21 september 2026 onherroepelijk gemachtigd om, als lasthebber en gevolmachtigde van GAC USA, op eigen naam voor rekening van GAC USA de gestelde vorderingen op CMA en APL te innen, waaronder begrepen het instellen van een eis in reconventie in dit kort geding.

3 Het geschil

in conventie

3.1 CMA Ships vordert, na wijziging van eis, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Ronnick te veroordelen om de CMA-goederen, nader omschreven in productie 3, binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis aan CMA Ships af te geven, zulks door CMA Ships en/of een door CMA Ships aan te wijzen vervoerder toegang te verschaffen tot de opslaglocatie van Ronnick en de CMA-goederen aldaar onmiddellijk ter beschikking te stellen;
te bepalen dat, voor zover U EA van oordeel mocht zijn dat op de CMA-goederen kosten rusten waarvoor Ronnick naar Nederlands recht een retentierecht toekomt, de omvang van die kosten bij vonnis vast te stellen en dat afgifte van de CMA-goederen dient plaats te vinden tegen gelijktijdige voldoening door CMA Ships van het aldus door U EA vastgestelde bedrag;
Ronnick te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in strijd handelt met het onder 1 en/of 2 gevorderde, zulks met een maximum van € 250.000,00;
te bepalen dat de onder 3 gevorderde dwangsom onmiddellijk opeisbaar is zonder voorafgaande ingebrekestelling;
indien en voor zover afgifte van een of meer van de CMA-goederen niet mogelijk blijkt te zijn, Ronnick te veroordelen tot betaling van vervangende schadevergoeding ten bedrage van € 24.994,94, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
Ronnick te veroordelen in de kosten van dit geding, waaronder de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2 Ronnick voert verweer en concludeert tot:
niet-ontvankelijkheid van CMA Ships in haar vorderingen, althans tot afwijzing van die vorderingen;
voor zover de voorzieningenrechter aan een veroordeling tot afgifte toekomt, te bepalen
dat afgifte van de CMA-goederen plaatsvindt tegen gelijktijdige betaling door CMA Ships van de vast te stellen op de CMA-goederen rustende kosten;
voor zover de voorzieningenrechter aan een dwangsomveroordeling van Ronnick toekomt, deze te matigen tot een in goede justitie te bepalen lager bedrag en aan een lager maximum te binden;
veroordeling van CMA Ships in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

in reconventie

3.3 Ronnick vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
CMA Ships en CMA, hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling aan Ronnick, ten behoeve van GAC USA, van USD 166.718,16, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de onderscheiden factuurvervaldata tot aan de dag der algehele voldoening;
CMA Ships en CMA, hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling aan Ronnick, ten behoeve van GAC USA, van USD 274.098,39, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de onderscheiden factuurvervaldata tot aan de dag der algehele voldoening;
CMA Ships en CMA te veroordelen om te gehengen en gedogen dat Ronnick het haar toekomende retentierecht op de onderhavige CMA-goederen mede uitoefent ten behoeve van GAC USA, totdat CMA de onderhavige vorderingen van GAC USA aan Ronnick, als lasthebber en gevolmachtigde van GAC USA, heeft voldaan;
meer subsidiair, voor het geval de vordering onder 3 niet wordt toegewezen, CMA Ships en CMA, hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om aan Ronnick, ten behoeve van GAC USA, bij wijze van verrekening dan wel schadevergoeding te voldoen een bedrag gelijk aan hetgeen CMA Ships en/of CMA ingevolge het onder 1 en 2 gevorderde onbetaald laat, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de onderscheiden factuurvervaldata tot aan de dag der algehele voldoening;
CMA Ships te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

3.4 CMA Ships heeft een onbevoegdheidsincident opgeworpen. Zij voert verweer en concludeert tot:
primair: onbevoegdheid;
subsidiair: niet-ontvankelijkheid;
meer subsidiair: afwijzing;
nog meer subsidiair: afwijzing van het door Ronnick gestelde retentierecht, alsmede iedere daarop gebaseerde opschortings- of blokkadebevoegdheid,
een en ander met veroordeling van Ronnick in de kosten van de reconventie, te ver-
meerderen met de nakosten en de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis.

4 De beoordeling

in conventie

Rechtsmacht en relatieve bevoegdheid, toepasselijk recht

4.1 Dit kort geding heeft een internationaal karakter omdat CMA Ships in het buitenland (Frankrijk) is gevestigd. Daarom onderzoekt de voorzieningenrechter ambtshalve of zij bevoegd is om van dit geschil kennis te nemen.

4.2 Omdat sprake is van een burgerlijke of handelszaak in de zin van artikel 1 lid 1 van Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (Brussel I bis-Vo) die aanhangig is gemaakt na 10 januari 2015 (het tijdstip van inwerkingtreding van Brussel I bis-Vo), is deze verordening materieel en temporeel van toepassing. Brussel I bis-Vo is tevens formeel van toepassing, omdat Ronnick woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat (Nederland). De voorzieningenrechter van deze rechtbank is internationaal bevoegd om van het geschil in conventie kennis te nemen op grond van artikel 4 lid 1 Brussel I bis-Vo. De relatieve bevoegdheid van de voorzieningenrechter van deze rechtbank wordt aangenomen omdat die niet is bestreden.

4.3 Het voorliggende geschil tussen partijen is goederenrechtelijk van aard. Omdat de CMA-goederen zich op Nederlands grondgebied bevinden, is Nederlands recht van toepassing (artikel 10:127 BW).

Spoedeisend belang

4.4 Het spoedeisend belang is niet betwist en vloeit voort uit de stellingen van CMA Ships.

Ronnick dient de CMA-goederen aan CMA Ships af te geven

4.5 Op grond van artikel 5:2 BW is de eigenaar van een zaak bevoegd deze zaak op te eisen van eenieder die de zaak zonder recht of titel houdt (‘revindicatie’). De vorderingen van CMA Ships strekken er in de kern toe om weer de beschikking te krijgen over de CMA-goederen. Niet in geschil is dat de CMA-goederen eigendom zijn van CMA, dat Ronnick deze goederen op instructie van GAC onder zich houdt en dat op die goederen een afgiftebeslag rust. De curator van GAC heeft in de e-mail van 22 september 2026 te 13:48 uur aan mr. Hajdasinski bevestigd dat hij “(…) vrijwillig meewerk[t] aan c.q. [zich] (…) niet zal verzetten tegen vrijgave van de bewuste zaken waarop het aangekondigde kort geding betrekking heeft” en dat hij “(…) ook nimmer instructie [heeft] gegeven aan de retentor om afgifte te weigeren”. Ronnick stelt tot afgifte van de CMA-goederen aan CMA Ships bereid te zijn indien en voor zover CMA Ships aan haar de voor de feitelijke bewaarneming/opslag van de goederen verschuldigde kosten voldoet. Om die reden heeft zij zich op een retentierecht beroepen en heeft zij afgifte van de CMA-goederen geweigerd. Voor zover het beroep van Ronnick op een retentierecht in verband staat met het in reconventie door haar als lasthebber en gevolmachtigde van GAC USA van CMA (Ships) (en APL) op eigen naam gevorderde, hoort inhoudelijke bespreking hiervan thuis in de reconventie.

4.6 Het in conventie door Ronnick gedane beroep op een retentierecht slaagt niet. Ronnick heeft de opslagkosten waarvan zij, naar de voorzieningenrechter aanneemt op grond van artikel 3:293 BW, van CMA Ships vergoeding vordert, niet inzichtelijk gemaakt. Niet eerder dan pas op de zitting heeft Ronnick aan de voorzieningenrechter en de advocaat van CMA Ships een op 10 juli 2026 gedateerde factuur ten bedrage van € 9.469,27 (btw 0%) getoond die volgens haar betrekking heeft op door CMA Ships verschuldigde opslagkosten. Na de factuur bekeken te hebben en te hebben geconstateerd dat deze betrekking heeft op ‘additional rent handling due to payment delay’, heeft CMA Ships uitdrukkelijk betwist dat het hier gaat om facturering van voor vergoeding in aanmerking komende opslagkosten. Na daarnaar ter zitting specifiek te zijn gevraagd, heeft Ronnick niet kunnen uitleggen wat precies de status is van de gefactureerde verrichtingen en waarom zij niet eerder een factuur van specifiek de opslagkosten voor de CMA-goederen heeft verstrekt, terwijl zij daar ter betaling van die kosten tegen afgifte al op 9 juli 2026 (laatstelijk) door CMA Ships naar is gevraagd. Dat zij een dergelijke of deze factuur wel (eerder) heeft doen toekomen aan de inmiddels niet meer in dit kort geding betrokken curator van GAC blijkt uit niets. Bij gebrek aan een met relevante stukken onderbouwde gespecificeerde toelichting kan de voorzieningenrechter in dit kort geding redelijke aan CMA Ships in rekening te brengen opslagkosten voor de CMA-goederen dus niet begroten.

4.7 Onder deze omstandigheden wordt aangenomen dat Ronnick geen rechtsgrond heeft om de CMA-goederen, in afwachting van de betaling van opslagkosten door CMA Ships aan haar, nog langer onder zich te houden. Ronnick dient daarom tot afgifte van de CMA-goederen over te gaan (3.1 sub 1), zonder dat CMA Ships daarbij eerst opslagkosten aan Ronnick dient te voldoen (3.1 sub 2). In de feitelijk weigerachtige houding van Ronnick om ondanks de instemming van de curator van GAC tot afgifte over te gaan, ziet de voorzieningenrechter de noodzaak voor CMA Ships om dit kort geding aanhangig te maken en ook aanleiding om de gevorderde dwangsom toe te wijzen in beperkte en lager gemaximeerde vorm (3.1 sub 3). Omdat een dwangsom altijd pas opeisbaar is nadat de rechterlijke uitspraak waarbij de dwangsom is opgelegd, is betekend, wordt de vordering onder 3.1 sub 4, waarin wordt gevorderd de dwangsom onmiddellijk opeisbaar te laten zijn, afgewezen. Voor toewijzing van de gevorderde vervangende schadevergoeding gelijk aan de gestelde vervangingswaarde van de CMA-goederen is geen aanleiding (3.1 sub 5). CMA Ships heeft immers niet gesteld dat aan de eisen voor toewijzing van een geldvordering in kort geding is voldaan, terwijl ook niet opportuun is om reeds nu vooruit te lopen op een situatie die zich slechts mogelijk voordoet. Dat er reële aanwijzingen zijn dat Ronnick niet tot afgifte van de CMA-goederen zal (kunnen) overgaan is niet gebleken.

Proces- en nakosten, wettelijke rente

4.8 Ronnick is (overwegend) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CMA Ships worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding € 155,66
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 1.177,00
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.256,66

4.9 De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie

Bevoegdheidsincident: rechtsmacht

4.10 Omdat CMA Ships als gedaagde in reconventie in Frankrijk is gevestigd, dient de voorzieningenrechter ambtshalve te onderzoeken of zij internationaal bevoegd is. De internationale bevoegdheid dient, net als in conventie, aan de hand van Brussel I bis-Vo te worden vastgesteld. Als de voorzieningenrechter van deze rechtbank geen internationale bevoegdheid kan ontlenen aan Brussel I bis-Vo, dan is zij niet bevoegd (zie artikel 5 lid 1 Brussel I bis-Vo).

4.11 CMA Ships heeft, vóór alle weren, gesteld dat de vorderingen buiten de internationale bevoegdheid van de Nederlandse voorzieningenrechter vallen en dat deze voorzieningenrechter zich daarom onbevoegd moet verklaren. Daartoe heeft CMA Ships in deze kortgedingprocedure een bevoegdheidsincident opgeworpen. Ronnick heeft betwist dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank internationaal onbevoegd is.

De voorzieningenrechter van deze rechtbank is niet internationaal bevoegd

4.12 De voorzieningenrechter van deze rechtbank is bij gebreke van toepasselijke internationale bevoegdheidsgronden niet bevoegd. Er is niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan de voorzieningenrechter in reconventie bevoegdheid kan aannemen. Zo is niet voldaan aan de hoofdregel van artikel 4 lid 1 Brussel I bis-Vo. Het beroep van CMA Ships op een exclusieve forumkeuze voor een buitenlandse rechter slaagt, zodat ook geen bevoegdheid kan worden ontleend aan het bepaalde in artikel 8 aanhef en sub 3 Brussel I bis-Vo (en daarmee net zomin aan het bepaalde in artikel 7 lid 2 Rv waarop Ronnick zich specifiek beroept). Ook is geen sprake van een reële band als bedoeld in artikel 35 Brussel I bis-Vo. De voorzieningenrechter legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
- Artikel 4 lid 1 Brussel I bis-Vo

4.13 De Nederlandse rechter kan in deze zaak geen rechtsmacht ontlenen aan de in artikel 4 lid 1 neergelegde hoofdbevoegdheidsregel van Brussel I bis-Vo, omdat de woonplaats van CMA Ships/CMA buiten Nederland is gelegen.
- Artikel 25 Brussel I bis-Vo

4.14 CMA Ships heeft gesteld dat de voorzieningenrechter te Rotterdam zich onbevoegd dient te verklaren omdat partijen een exclusief forumkeuzebeding zijn overeengekomen op grond waarvan de Franse rechter (meer specifiek het handelsgerecht in Marseille) bevoegd is om geschillen die voortvloeien uit het Framework Contract te beslechten. Zij verwijst daarvoor naar het bepaalde in artikel 23 (‘Jurisdiction’) van het Framework Contract waarop Ronnick zich baseert. Daarin staat: “The Parties shall use their best efforts to settle any dispute arising from or in connection with this Contract through amicable negotiation involving senior's representatives of each Party. Except otherwise agreed between the Parties, if such negotiation fails, such dispute shall be settled by the Commercial Court of Marseille (France).”. Ronnick betwist dat deze forumkeuze in de weg staat aan de bevoegdheid van de voorzieningenrechter van deze rechtbank.

4.15 Internationale bevoegdheid op grond van een forumkeuze is geregeld in artikel 25 Brussel I bis-Vo. Dat artikel houdt de vereisten in waaraan die forumkeuze moet voldoen. Als aan die vereisten is voldaan, is sprake van een exclusieve forumkeuze. Een exclusieve forumkeuze in de zin van artikel 25 Brussel I bis-Vo staat in de weg aan de internationale bevoegdheid op grond van bepaalde andere bevoegdheidsregels van Brussel I bis-Vo, waaronder die van artikel 8 aanhef en sub 3.

4.16 In het Framework Contract is als bevoegd gerecht aangewezen het handelsgerecht in Marseille, Frankrijk. Dit is een gerecht van een lidstaat in de zin van artikel 25 Brussel I bis-Vo. Tussen partijen staat niet ter discussie dat:
- het geschil in reconventie primair een geschil is dat wordt bestreken door de onderhavige forumkeuze;
- deze forumkeuze materieel rechtsgeldig is (waarbij de voorzieningenrechter ervan uitgaat dat het overleg als bedoeld in artikel 23 van het Framework Contract dat volgens CMA Ships wel heeft plaatsgevonden en volgens Ronnick niet, in elk geval geen vruchtbare bodem vond en dus niet is geslaagd), en
- deze forumkeuze ook aan een (of meer) van de onder a-c genoemde vormvereisten van artikel 25 Brussel I bis-Vo voldoet.
Op grond van de voorlaatste volzin van lid 1 van artikel 25 Brussel I bis-Vo is de bevoegdheid van een in een forumkeuze aangewezen gerecht exclusief, tenzij de partijen bij deze forumkeuze anders zijn overeengekomen. Gesteld noch gebleken is dat partijen bij het Framework Contract een dergelijke afwijkende afspraak hebben gemaakt. Daarmee is op grond van de rechtsgeldig overeengekomen forumkeuze in het Framework Contract de bevoegdheid van het handelsgerecht in Marseille een exclusieve bevoegdheid in de zin van artikel 25 lid 1 Brussel I bis-Vo.
- Artikel 8 aanhef en sub 3 Brussel I bis-Vo

4.17 Hiervoor is geoordeeld dat het beroep van CMA Ships op het forumkeuzebeding in het Framework Contract slaagt. Op grond daarvan is het gerecht in een andere lidstaat (Marseille, Frankrijk) exclusief bevoegd. In dat geval verleent artikel 8 aanhef en sub 3 Brussel I bis-Vo geen bevoegdheid. Los daarvan geldt het volgende.
In artikel 8 aanhef en sub 3 Brussel I bis-Vo is - vanuit het oogpunt van proceseconomie en efficiëntie - bepaald dat een reconventionele vordering kan worden ingesteld voor het gerecht waar de oorspronkelijke vordering (in dit geval de vordering in conventie) aanhangig is. Vereist is dat de reconventionele vordering moet voortspruiten uit de overeenkomst of uit het rechtsfeit waarop de vordering in conventie is gegrond. Dat is hier niet het geval. De afgiftevordering in conventie grondt CMA Ships op de revindicatie (artikel 5:2 BW) van de in eigendom aan CMA toebehorende CMA-goederen die Ronnick als feitelijk bewaarnemer op instructie van GAC onder zich houdt en waarop het afgiftebeslag rust. Ronnick grondt de reconventionele vorderingen op het Framework Contract (dan wel op de gestelde commerciële contractuele relatie tussen CMA en/of APL (die niet in dit kort geding is betrokken) en (de evenmin in dit kort geding betrokken) GAC USA, welke relatie Ronnick verder niet concreet met stukken onderbouwd heeft uitgewerkt, zodat die aangevoerde grondslag buiten beschouwing wordt gelaten). Dat is een geheel ander feitencomplex en een andere rechtsverhouding dan waarop de oorspronkelijke vordering in conventie is gebaseerd. Artikel 8 aanhef en sub 3 Brussel I bis-Vo dient weliswaar ruim te worden uitgelegd, maar in dit geval is de vordering in conventie niet verknocht met de vordering in reconventie. Van voldoende duidelijke materiële samenhang tussen de conventie en reconventie als bedoeld in artikel 8 aanhef en sub 3 Brussel I bis-Vo is geen sprake.
- Artikel 35 Brussel I bis-Vo

4.18 Voor een succesvol beroep op artikel 35 Brussel I bis-Vo moet zijn voldaan aan drie voorwaarden:
Het moet gaan om een ‘voorlopige of bewarende maatregel’ in de zin van dit artikel;
Er moet een reële band bestaan tussen het voorwerp van de gevraagde maatregelen en de op territoriale criteria gebaseerde bevoegdheid van de verdragsluitende staat van de aangezochte rechter. De maatregelen kunnen derhalve in beginsel alleen gevraagd worden bij de rechter van het land waar de verzochte maatregelen gerealiseerd moeten worden;
De gevraagde maatregel moet kunnen worden bevolen volgens het nationale recht van de aangezochte rechter, wat betekent dat deze rechter (internationaal) bevoegd moet zijn op grond van zijn commune bevoegdheidsrecht.

4.19 De voorzieningenrechter constateert dat in ieder geval niet aan de tweede voorwaarde wordt voldaan. Van een voldoende nauwe band met de aangezochte Nederlandse voorzieningenrechter is geen sprake nu Ronnick, die formeel geen partij is bij het Framework Contract, waarop Frans recht van toepassing is verklaard (artikel 22 in die overeenkomst), en in deze enkel handelt als lasthebber en gevolmachtigde van GAC USA:
a. a) met de gemotiveerd betwiste (grondslag van de) geldvorderingen in reconventie (3.3 sub 1, 2 en, meer subsidiair, 4) op de Franse vennootschap(pen) CMA (Ships) en op de niet in dit kort geding en formeel bij het Framework Contract betrokken Amerikaanse derde APL, beoogt betaling van CMA (Ships) af te dwingen ten behoeve van GAC USA, de eveneens in dit kort geding niet betrokken Amerikaanse groepsvennootschap van de failliete GAC die, anders dan GAC, formeel ook geen partij is bij het Framework Contract;
b) met de vordering in reconventie onder 3.3 sub 3 een retentierecht op de CMA-goederen (die Ronnick voor GAC opsloeg) probeert uit te oefenen om, zo bestaat de indruk, betaling ten behoeve van GAC USA van de betwiste geldvorderingen op CMA (Ships) en APL te verkrijgen, terwijl Ronnick niet heeft gesteld dat en naar welk toepasselijk recht zij als retentor meent, naast GAC, ook voor GAC USA jegens in ieder geval CMA (Ships) een (feitelijk nieuw) retentierecht geldend te kunnen maken. Dat had, gelet op de internationale rechtsverhouding tussen betrokkenen, wel op haar weg gelegen.
Ronnick heeft verder ook niet gesteld noch is gebleken dat adequate waarborgen bestaan voor terugbetaling indien de bodemrechter (het handelsgerecht te Marseille) de geldvorderingen alsnog afwijst.
Dit alles bij elkaar maakt dat de vorderingen in reconventie niet kunnen worden aangemerkt als voorlopige of bewarende maatregelen in de zin van artikel 35 Brussel I bis-Vo. De enkele omstandigheid dat de CMA-goederen zich tijdelijk in Nederland bevinden, kan de vereiste bijzondere aanknoping niet creëren. De Nederlandse voorzieningenrechter kan aan artikel 35 Brussel I bis-Vo dus geen bevoegdheid ontlenen.

4.20 Bij gebreke van enige andere (internationale) bevoegdheidsgrond is de conclusie dat de voorzieningenrechter niet internationaal bevoegd is om de vorderingen in reconventie te behandelen. De voorzieningenrechter komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling daarvan.

Proceskosten, wettelijke rente

4.21 Ronnick is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Gelet op de onbevoegdheid worden geen nakosten toegewezen. De proceskosten van CMA Ships worden begroot op salaris advocaat van € 1.177,00.

4.22 De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

5.1 veroordeelt Ronnick om de CMA-goederen binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis aan CMA Ships af te geven, zulks door CMA Ships en/of een door CMA Ships aan te wijzen vervoerder toegang te verschaffen tot de opslaglocatie van Ronnick en de CMA-goederen aldaar onmiddellijk ter beschikking te stellen,

5.2 veroordeelt Ronnick om aan CMA Ships een dwangsom te betalen van € 2.500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de veroordeling onder 5.1 voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt,

5.3 veroordeelt Ronnick in de proceskosten van € 2.256,66, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,

5.4 veroordeelt Ronnick tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn betaald,

5.5 verklaart dit vonnis in conventie uitvoerbaar bij voorraad,

5.6 wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.7 verklaart zich niet bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen,

5.8 veroordeelt Ronnick in de proceskosten van € 1.177,00,

5.9 veroordeelt Ronnick tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn betaald,

5.10 verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2026. 1734/1573

Aangehaalde artikelen