Rb. Rotterdam 28 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1364
Ongeval scheepslift; gecorrodeerde staalkabel; afgifte klassecertificaat; code LAME; uitleg veiligheidsvoorschriften; relativiteitsvereiste; zorgplicht derde; aansprakelijkheid classificatiebureau; Machinerichtlijn; Warenwetbesluit Machines; (geen) beperking van aansprakelijkheid; (geen) eigen schuld. Classificatiebureau heeft in onbruik geraakte scheepslift (goed)gekeurd in opdracht van eigenaar Havenbedrijf Rotterdam. Nieuwe exploitant DHR huurt de scheepslift op voorwaarde dat deze zal zijn voorzien van een klassecertificaat. Na ruim een jaar doet zich een ongeval voor, een zwaar gecorrodeerde lierkabel breekt. De rechtbank oordeelt dat het ongeval het gevolg is van de corrosie van de lierkabel, en dat het incident zich niet zou hebben voorgedaan als het classificatiebureau de lierkabels correct had geïnspecteerd en (af)gekeurd, onder strikte toepassing van de Code LAME in verbinding met ISO 4309:2010. Het classificatiebureau had in dit geval ook een zorgplicht jegens DHR, die naar zij wist de materieel belanghebbende was bij het onderzoek als beoogd exploitant van de scheepslift. Het hoeft er niet voor in te staan dat de scheepslift veilig of probleemloos kon worden gebruikt. Het moet er wel voor instaan dat zij, wanneer zij een scheepslift volgens de daarvoor geldende normen moet inspecteren en keuren, die inspectie en keuring daadwerkelijk conform die normen inricht en uitvoert. In een atypische post lay-up situatie met veel onbekende grootheden en risicofactoren, liet het classificatiebureau minder dan het volgens zijn eigen norm laagst verdedigbare aantal kabels preventief vervangen en minder dan het minimaal voorgeschreven onderzoek aan de kabels verrichten, terwijl het niets deed met de onbevredigende resultaten van het niet-destructieve onderzoek. Dit levert een ernstige veronachtzaming van de zorgplicht jegens DHR op en is dus jegens haar onrechtmatig. Vanwege de ernst van het verwijt wordt het beroep op exoneraties en eigen schuld verworpen. HbR is niet aansprakelijk. Het classificatiebureau was niet haar hulppersoon en HbR is haar eigen verplichtingen met betrekking tot het certificaat nagekomen,. HbR hoefde er niet voor in te staan dat de lift veilig kon worden gebruikt, nu het gehuurde ‘as is’ werd aanvaard. HbR is geen ‘fabrikant’ in de zin van artikel 2 sub i van de Machinerichtlijn/artikel 1 van het Warenwetbesluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl