Rb. Rotterdam 25 september 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:13530
Jeugdstrafrecht. De verdachte heeft zich op veertien- en vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan zeven strafbare feiten: het veroorzaken van een ontploffing, openlijk geweld, medeplegen van een (poging) diefstal met geweld (tweemaal) en het voorhanden hebben van een pistool, een mes en een broodmes. Partiële vrijspraak van het duchten van levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen. Het beroep op noodweer en noodweerexces wordt verworpen. De rechtbank acht de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Oplegging van een jeugddetentie voor de duur van 277 dagen, waarvan 210 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden, met aftrek van het voorarrest. De bijzondere voorwaarden worden dadelijk uitvoerbaar verklaard. Daarnaast oplegging van een leerstraf van 35 uren.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 36f Sr
- Artikel 41 Sr
- Artikel 45 Sr
- Artikel 47 Sr
- Artikel 56 Sr
- Artikel 77a Sr
- Artikel 77g Sr
- Artikel 77i Sr
- Artikel 77m Sr
- Artikel 77n Sr
- Artikel 77we Sr
- Artikel 77x Sr
- Artikel 77y Sr
- Artikel 77z Sr
- Artikel 77aa Sr
- Artikel 141 Sr
- Artikel 157 Sr
- Artikel 310 Sr
- Artikel 312 Sr
- Artikel 1 Wet op de identificatieplicht