Rb. Rotterdam 25 september 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:13530

Jeugdstrafrecht. De verdachte heeft zich op veertien- en vijftienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan zeven strafbare feiten: het veroorzaken van een ontploffing, openlijk geweld, medeplegen van een (poging) diefstal met geweld (tweemaal) en het voorhanden hebben van een pistool, een mes en een broodmes. Partiële vrijspraak van het duchten van levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen. Het beroep op noodweer en noodweerexces wordt verworpen. De rechtbank acht de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Oplegging van een jeugddetentie voor de duur van 277 dagen, waarvan 210 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden, met aftrek van het voorarrest. De bijzondere voorwaarden worden dadelijk uitvoerbaar verklaard. Daarnaast oplegging van een leerstraf van 35 uren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen