Rb. Rotterdam 2 oktober 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:13345

Omdat eiseres zich door een gemachtigde (de gemachtigde) laat vertegenwoordigen, vindt naar vaste rechtspraak bekendmaking van het besluit op bezwaar plaats door dit in overeenstemming met artikel 6:17 in samenhang met artikel 7:12 lid 2 Awb aan de gemachtigde te verzenden (bijv. ECLI:NL:CBB:2023:109, punt 3). Voorts volgt uit vaste rechtspraak dat het bestuursorgaan een besluit op de juiste wijze bekend heeft gemaakt indien dit het besluit naar het laatst opgegeven adres van de belanghebbende heeft verzonden (bijv. ECLI:NL:RVS:2018:3445 en ECLI:NL:CRVB:2022:2056, punt 4.2). Die rechtsregel geldt naar het oordeel van de rechtbank op dezelfde wijze indien de belanghebbende zich – zoals in dit geval – laat vertegenwoordigen. Juist van een professioneel gemachtigde mag immers worden verlangd dat die zijn adreswijziging opgeeft in een lopende bezwaarprocedure. Indien de gemachtigde dit nalaat, komt dit voor risico van zijn cliënt (vgl. ECLI:NL:CRVB:2009:BK8344, punt 5.1 en ECLI:NL:CBB:2024:31, punt 5.1 en 5.2). Gesteld noch gebleken is dat de gemachtigde een adreswijziging heeft doorgegeven, terwijl dit wel van hem mocht worden verlangd. Evenmin zijn er bijzondere omstandigheden naar voren gekomen waaruit volgt dat de minister had kunnen weten dat het in het bezwaarschrift opgegeven adres van de gemachtigde was achterhaald (vgl. ECLI:NL:RVS:2026:4595, punt 2.1). De omstandigheid dat de gemachtigde het besluit pas heeft ontvangen nadat de minister dit opnieuw na adresverificatie heeft verzonden, brengt niet mee dat na die verzending opnieuw een beroepstermijn is aangevangen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken