Rb. Rotterdam 29 september 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:12590
Deze uitspraak gaat over de bestuurlijke boete van € 20.000,- die DNB eiser heeft opgelegd. Volgens DNB heeft eiser feitelijk leidinggegeven aan een overtreding van de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) door zonder een vergunning voor dezelfde rechtspersonen werkzaamheden te verrichten die zijn gericht op het ter beschikking stellen van een post- of bezoekadres en op het verrichten van aanvullende werkzaamheden (trustdienst b), het zogenoemde “opknipverbod”. Dat staat in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wtt 2018. Eiser is het niet met deze boete eens. Volgens eiser blijkt uit de wetsgeschiedenis van de Wtt 2018 dat het opknipverbod niet voor de situatie geldt waarbij een cliënt alleen naar andere partijen wordt doorverwezen voor het verrichten van onderdelen van trustdienst b. Ook blijkt volgens eiser uit de wetsgeschiedenis dat er een inhoudelijke verwevenheid moet zitten tussen de partijen die deze onderdelen verrichten. Verder doet eiser een beroep op afwezigheid van alle schuld en stelt hij dat boeteoplegging onevenredig is. Volgens eiser had DNB hem er eerder op moeten wijzen dat hij in strijd met de wet handelde en had DNB hem moeten informeren over de invulling die DNB aan het opknipverbod geeft. Door dit niet te doen verkeerde hij in de overtuiging dat hij geen overtreding beging. Daarnaast stelt eiser dat de boete te hoog is, omdat de overtreding niet ernstig is, de overtreding hem niet te verwijten is, DNB de mate van eisers medewerking en transparantie onvoldoende heeft meegewogen en de hoogte niet in verhouding staat met de omzet van het bedrijf waaraan hij leiding gaf. De rechtbank komt in deze uitspraak tot de beslissing dat het beroep gegrond is, maar alleen omdat de behandeling van eisers zaak langer heeft geduurd dan wat redelijk is. De rechtbank verlaagt de boete daarom naar € 19.000,-. Verder krijgt eiser geen gelijk. Volgens de rechtbank blijkt uit de wetsgeschiedenis juist dat eisers situatie onder het opknipverbod valt. Ook hanteert DNB geen van de wet afwijkende eigen invulling van het opknipverbod, is het eisers eigen verantwoordelijkheid om van de wet- en regelgeving op de hoogte te zijn en had eiser van de wettelijk uitleg van het opknipverbod ook daadwerkelijk op de hoogte kunnen zijn. Daarnaast gaat het volgens de rechtbank om een ernstige en verwijtbare overtreding en ziet de rechtbank geen reden om de boete verder te verlagen.
De uitspraak op rechtspraak.nl