Rb. Rotterdam 23 september 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:12566

De man vordert dat de rechtbank twee bepalingen van echtscheidingsconvenant wijzigt, dan wel (deels) ontbindt of buiten toepassing laat. Die bepalingen, waarin de man (voorwaardelijke) betalingsverplichtingen jegens de vrouw is aangegaan, zijn volgens de man een gevolg van een beroepsfout van de gezamenlijke advocaat. De rechtbank wijst de vordering af. Het is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar de bepalingen in stand te houden omdat niet vaststaat dat de man nadeel lijdt wanneer uitvoering wordt gegeven aan die bepalingen. Artikel 6:258 BW vormt een lex specialis van artikel 6:248 lid 2 BW

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen