Rb. Rotterdam 7 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10989

Verzoek tot faillietverklaring toegewezen. Het verweer van verweerster dat het beroep van verzoekster op ontbinding naar objectieve maatstaven gekwalificeerd moet worden als een beroep op het contractuele annuleringsrecht is onvoldoende onderbouwd. Bovendien staat het ontbindingsrecht los van het recht op annulering. Van het opeisbare vorderingsrecht van verzoekster is dan ook summierlijk gebleken. Ook van pluraliteit van schuldeisers is summierlijk gebleken. Het instellen van hoger beroep tegen een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis brengt niet automatisch mee dat het vorderingsrecht daarmee niet is vast komen te staan. De vordering van verzoekster en de overgelegde steunvordering worden onbetaald gelaten. Daarmee is summierlijk gebleken dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Van misbruik van recht is geen sprake. Afwijzing proceskostenveroordeling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen