Rb. Rotterdam 29 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1029
Financieel toezicht. De AFM heeft drie afzonderlijke bestuurlijke boetes opgelegd van in totaal € 156.000,- aan een beheerder van een aantal beleggingsinstellingen. Eiseres heeft volgens de AFM geen maatregelen getroffen om de risico’s op witwassen en terrorismefinanciering vast te stellen en te beoordelen. Daarnaast heeft zij geen deugdelijk onderzoek uitgevoerd naar de cliënten en de transacties. Eiseres beschikte evenmin over beleid ter naleving van de Sanctiewet. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken van vooringenomenheid bij de AFM bij haar onderzoek naar eiseres. De overtredingen van de Wwft en de Sw worden niet door eiseres betwist. Boeteoplegging is opportuun en evenredig. De AFM heeft de boetehoogte juist vastgesteld. De beroepen zijn gegrond, maar alleen omdat de boetehoogte wordt verlaagd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 10b SW
- Artikel 10d SW
- Artikel 10e SW
- Artikel 10b Sanctiewet 1977
- Artikel 2:4 Awb
- Artikel 5:10a Awb
- Artikel 5:46 Awb
- Artikel 8:72a Awb
- Artikel 8:74 Awb
- Artikel 2 Regeling toezicht Sanctiewet 1977
- Artikel 1:1 Wft
- Artikel 2:66a Wft
- Artikel 1a Wwft
- Artikel 2b Wwft
- Artikel 2c Wwft
- Artikel 3 Wwft
- Artikel 8 Wwft
- Artikel 30 Wwft
- Artikel 31 Wwft
- Artikel 4 Besluit bestuurlijke boetes financiële sector