Rb. Rotterdam 22 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10285
Eiseres vordert terugbetaling van verschillende leningen die zij stelt te hebben verstrekt aan gedaagde. Gedaagde wordt toegelaten tot het leveren van bewijs van de stelling dat hij aflossingen heeft gedaan op een van die leningen. Ook vordert eiseres op grond van de ‘overeenkomst stille maatschap’ betaling van gedaagde. De rechtbank acht voorshands bewezen dat de administratie waarop eiseres haar vordering baseert juist en volledig is – en daarmee dat zij aanspraak kan maken op betaling van het gevorderde bedrag door gedaagde – en laat gedaagde toe tot tegenbewijs daarvan.
De uitspraak op rechtspraak.nl