Rb. Rotterdam 16 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:8706

Eisers hebben geld geleend aan onderneming van hun zoon, met wie gedaagde in gemeenschap van goederen getrouwd is geweest. Hoofdelijke aansprakelijkheid gedaagde omdat zij naast ex-man hoofdelijk aansprakelijk is voor de terugbetaling van de geldlening. Gedaagde betwist van deze lening op de hoogte te zijn geweest en zij heeft deze vernietigd omdat zij haar ex-man geen toestemming heeft gegeven om deze aan te gaan (1:88 BW). Veroordeling gedaagde tot betaling van het restant van de geldlening. Eisers kunnen vordering slechts verhalen op hetgeen gedaagde uit hoofde van verdeling van de huwelijksgemeenschap heeft ontvangen (1:102 BW). Geen toestemming nodig voor het aangaan van de geldlening.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken