Rb. Rotterdam 2 mei 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:6075

Tussenvonnis. Huurcommissie heeft gebreken in de woning vastgesteld en de huurprijs verlaagt tot 40%. Huurder eist herstel van de gebreken. Verhuurder stelt dat gebreken al zijn verholpen. De belangrijkste vraag in deze procedure is of de door de Huurcommissie geconstateerde gebreken door verhuurder zijn verholpen. Vastgesteld moet worden of de gebreken die momenteel aanwezig zijn in de woning nog steeds dezelfde gebreken zijn of dat het inmiddels om nieuwe gebreken gaat die het gevolg zijn van het eigen handelen van huurder. Verder is van belang wat de omvang van de resterende gebreken is en of deze een huurprijsverlaging tot 40% rechtvaardigen. Huurcommissie heeft tijdens procedure op grond van artikel 16 lid 4 Uhw in verbinding met artikel 12 lid 5 Uhw onderzoek in de woning verricht en op basis daarvan geoordeeld dat de gebreken nog aanwezig zijn en de huurprijsverlaging in stand gelaten. De kantonrechter kan op basis van het onderzoeksrapport van de Huurcommissie geen eindbeslissing nemen omdat het onderzoek geen antwoord geeft op de hiervoor genoemde vragen. De kantonrechter is daarom voornemens om zich te laten voorlichten door een onafhankelijke deskundige.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen