Rb. Rotterdam 15 januari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:527

Reder zegt time charter op met tijdbevrachter en oefent voor een vordering op de tijdbevrachter een ‘lien’ dan wel wettelijk retentierecht uit op de zich aan boord bevindende containers van een derde – toepasselijk recht op het beroep op de ‘lien’ en wettelijk retentierecht (art. 8:489 BW) – artikel 10:129 BW – art. 10:163 BW – het beroep op de ‘lien’ faalt; in het licht van opinie Engelse advocaat heeft reder onvoldoende gemotiveerd onderbouwd dat de ‘lien’ zich uitstrekte tot de containers van een derde – het beroep op het wettelijk retentierecht faalt; de wijze waarop de reder haar (veronderstellenderwijs aangenomen) retentierecht heeft willen uitoefenen is in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (art. 6 lid 2 BW) – de vorderingen in conventie worden gedeeltelijk toegewezen – de reconventionele vorderingen worden afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken