Rb. Rotterdam 28 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:5083
De vordering tot achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt toegewezen omdat de veroordeelde in zijn VI-periode is veroordeeld voor een ander misdrijf en dus sprake is van een ernstige misdraging. Openbaar ministerie ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl