Rb. Rotterdam 21 maart 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:4981

Verdachte heeft zijn jonge kind mishandeld en samen met zijn partner heeft hij hun twee jonge kinderen bedreigd met zware mishandeling en met enig misdrijf tegen het leven gericht. Vrijspraak voor psychische mishandeling wegens het ontbreken van objectief bewijs. Het verweer met betrekking tot schending van artikel 6 EVRM wordt verworpen. De bewezen feiten kunnen in verminderde mate aan de verdachte worden toegekend, omdat ten tijde van de feiten sprake was van een psychische stoornis. Gelet op de toepassing van artikel 63 Sr, de overschrijding van de redelijke termijn alsmede dat door de verdenking van de strafbare feiten de drie kinderen van de verdachte uit huis zijn geplaatst, wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd voor de duur van twee weken met aftrek van het voorarrest.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken