Rb. Rotterdam 15 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:4554

De rechtbank komt tot de conclusie dat B.D.S. c.s. op 26 mei 2023 werkzaamheden hebben verricht die vallen onder hulpverlening als bedoeld in artikel 1 Hulpverleningsverdrag 1989. De werkzaamheden die B.D.S. c.s. in de dagen na het incident stellen te hebben verricht om bitumen op te ruimen vallen buiten het bestek van hulpverlening, omdat toen geen sprake (meer) was van gevaar. De vraag of B.D.S. c.s. recht hebben op hulploon kan de rechtbank nog niet beantwoorden, omdat hiervoor eerst vast moet komen te staan of de werkzaamheden van B.D.S. c.s. op 26 mei 2023 hebben geleid tot een gunstig gevolg voor het schip en /of de lading. Op dit punt wenst de rechtbank voorlichting door een deskundige. Met het oog op de eventueel vast te stellen hoogte van het hulploon mag Eiltank vast een akte nemen om de door haar gestelde schade aan het schip nader te onderbouwen. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen