Rb. Rotterdam 24 maart 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:3771
Kort geding. Nakomingsvordering. Afwijzing. Ambtshalve beoordeling internationale bevoegdheid en toepasselijk recht. Eiseres heeft onvoldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen. Als eiseres wel een spoedeisend belang bij haar vorderingen had, dan waren die vorderingen alsnog afgewezen. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is namelijk onvoldoende aannemelijk dat een koopovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. In het geval dat dit wel aannemelijk was geworden, kan eiseres die tussen partijen gesloten koopovereenkomst zelf niet nakomen en om die reden bestaat ook geen aanleiding om gedaagde (onder druk van een dwangsom) te veroordelen de koopovereenkomst wel na te komen.
De uitspraak op rechtspraak.nl