Rb. Rotterdam 11 februari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:2035

Wet op het financieel toezicht (Wft). Voorlopige voorziening. Openbaarmaking boetebesluit en besluit op bezwaar. In artikel 20 van de IFD (richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen) is het hier relevante openbaarmakingsregime opgenomen. Het eerste lid van dit artikel bevat de passage ‘en voor zover de bekendmaking noodzakelijk en evenredig is’. Voorshands gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat uit deze passage volgt dat informatie over de identiteit van de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de sanctie of maatregel is opgelegd, alleen bekend wordt gemaakt als dat noodzakelijk en evenredig is. De artikelen 1:97 en 1:98 van de Wft bieden de toezichthouder echter niet de mogelijkheid om bij de afweging of al dan niet tot geanonimiseerde openbaarmaking van een besluit moet worden overgegaan de vraag te betrekken of de bekendmaking van de identiteit van de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de sanctie of maatregel is opgelegd noodzakelijk is. Ook als de noodzaak daartoe niet is vastgesteld door de toezichthouder, dient het besluit op grond van artikel 1:97 van de Wft ongeanonimiseerd openbaar te worden gemaakt, tenzij een van de uitzonderingen van artikel 1:98 van de Wft van toepassing is. Er voorshands van uitgaande dat de identiteit van de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de sanctie of maatregel is opgelegd volgens artikel 20, eerste lid, van de IFD alleen bekend wordt gemaakt als dat noodzakelijk is, bestaat, gelet op de bedoeling van de wetgever om de IFD in de Wft te implementeren, aanleiding om de artikelen 1:97 en 1:98 van de Wft richtlijnconform toe te passen. Dit betekent dat de voorzieningenrechter in dit geval, in beginsel nog vóórdat de evenredigheid daarvan wordt beoordeeld, moet toetsen of het noodzakelijk is dat het boetebesluit en het besluit op bezwaar ongeanonimiseerd openbaar worden gemaakt. Ook betekent dit dat DNB bij iedere voorgenomen openbaarmaking van een overeenkomstig artikel 18 van de IFD opgelegde administratieve sanctie of andere administratieve maatregel moet beoordelen of het noodzakelijk is dat het besluit waarbij zij deze sanctie of maatregel heeft opgelegd ongeanonimiseerd openbaar wordt gemaakt. Gezien het voorgaande is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat het boetebesluit en het besluit op bezwaar niet ongeanonimiseerd openbaar mogen worden gemaakt alvorens DNB heeft beoordeeld of en vastgesteld dat daartoe een noodzaak bestaat. Nu deze beoordeling ontbreekt in het bestreden besluit, zal deze beoordeling in bezwaar alsnog moeten plaatsvinden. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om het verzoek toe te wijzen en bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de openbaarmaking van het boetebesluit en het besluit op bezwaar achterwege blijft, tenzij DNB in haar beslissing op het bezwaar van verzoekster besluit tot geanonimiseerde openbaarmaking van deze besluiten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen