Rb. Rotterdam 7 februari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:1814
Omgevingswet. Handhaving lozingsactiviteit. Verzoek om voorlopige voorziening van Chemours tegen de aan haar opgelegde last onder dwangsom door de Minister van I&W wegens het zonder omgevingsvergunning verrichten van een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam en tegen het besluit van de Minister om het verzoek van Chemours om de begunstigingstermijn te verlengen tot 10 juni af te wijzen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Chemours loost andere PFAS-stoffen dan in het besluit van 11 oktober 2022 gereguleerde PFOA en HFPO in de Beneden-Merwede en daarmee in verbinden staande 2e Merwedehaven en Baanhoekhaven. Het standpunt van Chemours dat geen sprake is van een overtreding, omdat deze lozingen via vrijgestelde afvalwaterstromen plaatsvinden, volgt de voorzieningenrechter niet. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in dit geval geen sprake van enige verontreiniging, omdat het om Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) gaat. Het in het besluit van 11 oktober 2022 opgenomen voorschrift A2, waarin een monitoringsplicht is opgenomen voor de andere PFAS-verbindingen, is bedoeld om deze stoffen in de gaten te houden, zodat eventueel naar aanleiding daarvan de vergunning kan worden aangescherpt om die stoffen toe te staan. Dit betekent dat er een overtreding is op grond waarvan de Minister bevoegd is om handhavend tegen op te treden. De voorzieningenrechter is gelet op hetgeen is aangevoerd van oordeel dat de last echter niet uitvoerbaar is binnen de gegeven termijn van zes maanden. Chemours heeft aan de hand van een realistische planning onderbouwd dat zij voor 10 juni 2025 klaar is met het plaatsen van actief koolinstallaties. Het plaatsen van actief koolinstallaties wordt door beide partijen gezien als de stand der techniek, zodat Chemours aan de last voldoet als zij deze heeft geplaatst. Chemours heeft ook toegelicht dat zij met het tijdelijk plaatsen van deze installaties niet voldoet aan de last en dat de planning van 10 juni 2025 dat wel doet. Ook heeft Chemours uitgebreid onderbouwd dat het sluiten van de lozingspunten niet realistisch is. De voorzieningenrechter volgt dit standpunt, nu de Minister hiertegen ook weinig heeft ingebracht. De voorzieningenrechter verlengt de termijn tot 10 juni 2025, maar wijst Chemours erop dat het gelet op de lozing van ZZS het noodzakelijk is dat Chemours ook uiterlijk 10 juni 2025 de koolinstallaties heeft geplaatst, zodat daarmee een einde komt aan de overtreding.
De uitspraak op rechtspraak.nl