Rb. Rotterdam 22 januari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:1719
Veroordeling voor verrichten van ontuchtige handelingen bij vier minderjarige meisjes, die op dat moment aan de zorg van verdachte waren toevertrouwd. Overwegingen mbt schakelbewijs. Vrijspraak tav één slachtoffer wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 90 dagen, waarvan 73 dagen voorwaardelijk m.a. van voorarrest, met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandelverplichting en het vermijden van contact met minderjarigen. Daarnaast wordt opgelegd een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, en een beroepsverbod ex art. 28 Sr inhoudende het verbod op het geven van (sport-)lessen aan minderjarigen voor de duur van 3 jaren. Toewijzing vorderingen benadeelde partijen tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van telkens € 1.250,-.
De uitspraak op rechtspraak.nl