Rb. Rotterdam 9 december 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:15306
Voorlopige voorziening. Omgevingsvergunning verleend voor de omgevingsplanactiviteit slopen in beschermd stadsgezicht. Het standpunt van het college is dat de uitgestelde inwerkingtreding van artikel 16.79, tweede lid, van de Ow niet van toepassing is bij deze omgevingsvergunning, omdat het te slopen gebouw als zodanig geen bijzondere cultuurhistorische waarde heeft en de sloop geen gevolgen heeft voor het beschermd stadsgezicht. Het is in eerste instantie aan het college om te bepalen of de uitgestelde inwerkingtreding van toepassing is. Volgens de tekst van de wet heeft het college daarbij beoordelingsruimte. Niet in geschil is dat de sloop van het gebouw zal leiden tot een wijziging van de bestaande toestand die niet kan worden hersteld. Een inhoudelijk oordeel over de vraag of een omgevingsvergunning in het licht van het in het omgevingsplan opgenomen beschermingsregime al dan niet kan worden verleend, kan niet worden gekoppeld aan de vraag of de uitgestelde inwerkingtreding van toepassing is. Voor beantwoording van die laatste vraag is slechts van belang of de regels over het verlenen van de omgevingsvergunning ertoe strekken die bestaande toestand te beschermen. De voorzieningenrechter vindt dan ook dat het college, ondanks de hem toekomende beoordelingsruimte, in dit geval had behoren te bepalen dat de inwerkingtreding van de verleende omgevingsvergunning met vier weken is uitgesteld. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college op goede gronden de omgevingsvergunning voor de sloop heeft kunnen verlenen. Verzoek afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl