Rb. Rotterdam 23 december 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:14946
Boete opgelegd voor overtreding van artikel 3, eerste lid, en Bijlage III, sectie II, Hoofdstuk IV, punt 5 en 8, van Verordening 853/2004 vanwege bezoedelde pluimveekarkassen. Geen sprake van een gering risico voor de volksgezondheid. Geen sprake van verminderde verwijtbaarheid. De rechtbank vindt de opgelegde boete van € 5.000 euro (een verhoging vanwege recidive) evenredig. Wel wordt de boete verlaagd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 14 januari 2025, ECLI:NL:CBB:2025:7
- ABRvS 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4761
- CBb 4 juni 2024, ECLI:NL:CBB:2024:370
- CBb 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:174
- Rb. Rotterdam 13 juni 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4949
- CBb 7 februari 2023, ECLI:NL:CBB:2023:54
- CBb 26 juli 2022, ECLI:NL:CBB:2022:433
- Rb. Rotterdam 27 augustus 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:7504
- Rb. Rotterdam 27 augustus 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:7511
- CBb 16 januari 2017, ECLI:NL:CBB:2017:32
- ABRvS 11 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1261
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:720
- C, ECLI:NL:C:2019:720