Rb. Rotterdam 19 december 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:14773
Tabaks- en rookwarenwet. Last onder dwangsom. Invordering. De aromadruppels kwalificeren als een "navulverpakking zonder nicotine". Omdat verpakkingseenheden en buitenverpakkingen van niet-nicotinehoudende vloeistoffen geen aanduiding mogen bevatten die verwijst naar een smaak anders dan tabak, stelt de staatssecretaris terecht dat de buitenverpakking niet voldoet aan de wettelijke eisen. Dit betekent dat eiseres een overtreding heeft begaan van artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, en artikel 3, eerste lid, van de Trw in samenhang met artikel 3.3 van het Trb en artikel 3.10, vijfde lid, van de Trr. De staatssecretaris is bevoegd om tegen die overtreding handhavend op te treden. Eiseres licht niet concreet toe waarom de hoogte van de dwangsommen volgens haar niet in redelijke verhouding staat tot het door haar te behalen financieel voordeel. De rechtbank is het met de staatssecretaris eens dat de enkele intentie om verboden producten niet langer in Nederland in de handel te brengen terwijl zij daarvoor wel geschikt en bestemd zijn, onvoldoende is. In dit geval is het echter niet bij die enkele intentie gebleven. Eiseres heeft aannemelijk gemaakt dat zij de aromadruppels uit de handel heeft gehaald voor de Nederlandse markt. Daarmee zijn de producten in overeenstemming gebracht met de Trw, aangezien eiseres de producten wel voorhanden mag hebben om af te zetten op buitenlandse markten waar de aromadruppels wel zijn toegestaan. Dit betekent dat eiseres de last niet heeft overtreden. Zij heeft dus geen dwangsom verbeurd en de staatssecretaris was daarom niet bevoegd om de dwangsom in te vorderen. Beroep tegen de invordering gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl