Rb. Rotterdam 25 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:14397

Partijen hebben een relatie gehad. Tijdens die relatie hebben zij een huis gekocht en is een hond aangeschaft. Deze zaak gaat over de afwikkeling van de gemeenschappelijke eigendom van de woning en over de vraag bij wie de hond mag verblijven. De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd ten aanzien van de vorderingen die zien op de woning en op een beheersregeling met betrekking tot de hond omdat partijen voor die kwesties arbitrage zijn overeengekomen. De vordering tot nakoming van een overeenkomst over het verblijf van de hond wordt afgewezen. De man wordt veroordeeld om een gebruiksvergoeding aan de vrouw te betalen omdat hij exclusief gebruik maakt van de woning.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen