Rb. Rotterdam 19 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:14015
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een spoedeisend belang. Niet is gebleken dat verzoeker door de weigering om een andere promotor aan de EUR aan te wijzen niet verder kan met zijn promotieonderzoek. Zijn promotietraject volgt hij immers ook aan andere universiteiten en hij heeft ook een begeleider aan de Universiteit van Hamburg. Voor de daadwerkelijke verdediging van zijn proefschrift heeft verzoeker een promotor aan de EUR nodig, maar deze verdediging zal pas, zo heeft het CvP onbetwist gesteld, in 2027 plaatsvinden. Evenmin heeft verzoeker aannemelijk gemaakt dat de DAAD-beurs zal worden beëindigd, nu hij niet meer over een promotor aan de EUR beschikt.
De uitspraak op rechtspraak.nl