Rb. Rotterdam 26 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13705
Vonnis in incident. Inzagevordering. Gelet op de huidige stand van de procedure in de hoofdzaak, waarin nog geen conclusie van antwoord is ingediend, ziet de rechtbank geen aanleiding om eerst en vooraf te beslissen op de incidentele vordering. Eiseres in het incident heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld die tot een ander oordeel moeten leiden. Iedere beslissing in het incident wordt aangehouden.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 165 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 194 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 195 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 195a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 209 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 6:119a BW6
- Artikel 1 Wet bescherming bedrijfsgeheimen