Rb. Rotterdam 7 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13195
VARIA. Het gaat in deze zaak over een aan eiser door het CBR opgelegde verplichting tot het volgen van een educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMA) op grond van de Wegenverkeerswet 1994. Het CBR is daartoe overgegaan naar aanleiding van een mededeling van de politie dat eiser heeft geweigerd zijn medewerking te verlenen aan een alcoholcontrole. Hieraan ging vooraf dat eiser als verdachte van onder meer het verlaten van de plaats van een ongeval werd aangemerkt en de politie vermoedde dat eiser onder invloed was van alcohol in combinatie met een andere stof. Eiser is het daar niet mee eens. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiser ongegrond is. Het CBR mocht namelijk de uitgaan van de juistheid van de processen-verbaal en de bevindingen van de politie en is daarom terecht overgegaan tot het opleggen van de verplichting tot het volgen van een EMA. Eiser krijgt dus geen gelijk en het bestreden besluit blijft in stand.
De uitspraak op rechtspraak.nl