Rb. Rotterdam 16 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:12091
Verzoekster heeft bij de minister een verzoek gedaan om toepassing te geven aan artikel 20, vierde lid, van de Verordening (EG) nr. 726/2004 om de handelsvergunningen dan wel het gebruik van de coronavaccins Comirnaty en Spikevax te schorsen. De minister heeft het verzoek, op basis van het advies van het College ter beoordeling van geneesmiddelen (het CBG), afgewezen. Hiertegen heeft verzoekster bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen. Artikel 20, vierde lid, van de Verordening (EG) nr. 726/2004 geeft de minister niet de bevoegdheid de handelsvergunningen voor de vaccins te schorsen. Er is geen aanleiding om op grond van dit artikel het gebruik van de vaccins te schorsen. De vaccins en de gemelde bijwerkingen worden, nadat een handelsvergunning is afgegeven, uitgebreid gemonitord. Dat is in dit geval ook gebeurd. Op basis daarvan is niet geconstateerd dat de nut-risicoverhouding van deze vaccins is gewijzigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl