Rb. Rotterdam 26 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:11830
De wrakingskamer heeft het wrakingsverzoek van verzoekster toegewezen. De rechter had eerder als rechter-commissaris een beschikking gegeven waarin zij zich al inhoudelijk had uitgesproken over een punt dat ook centraal staat in de lopende verzetsprocedure. Omdat zij later als lid van de meervoudige kamer over hetzelfde onderwerp zou moeten oordelen, is sprake van een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid. Dat er binnen de rechtbank weinig rechters met maritieme deskundigheid zijn, verandert hier niets aan.
De uitspraak op rechtspraak.nl