Rb. Rotterdam 12 september 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10780

Tabaks- en rookwarenwet. Boete van € 600,- vanwege het niet of onvoldoende instellen en handhaven van het rookverbod. Eiseres exploiteert een horeca-inrichting (speelautomatenhal) en heeft aan de buitenzijde van het pand een ruimte gemaakt waar haar gasten kunnen roken. Tussen partijen is niet in geschil dat die ruimte zich in zijn geheel onder het overhangende deel van het gebouw bevindt. De ruimte kan reeds hierom niet worden aangemerkt als een terras bij een horecagelegenheid. Door de overkapping is van de uitzondering op het rookverbod 'roken in de open lucht' dus ook geen sprake. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel is onvoldoende onderbouwd en slaagt daarom niet. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt ook niet. Het belang van de volksgezondheid maakt het rookverbod een geschikt middel. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de extra handelingen met betrekking tot de toegangscontrole van gasten die naar buiten gaan om te roken omslachtig kunnen zijn, weegt dit niet dermate zwaar dat dit in redelijkheid niet van eiseres en haar gasten kan worden gevergd. De staatssecretaris hoefde niet te volstaan met een waarschuwing, omdat volgens het Specifiek interventiebeleid tabak en rookwaren direct een boete wordt opgelegd. Gelet op het doel van het tabaksontmoedigingsbeleid is die keuze gerechtvaardigd. De hoogte van de boete is evenredig.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken