Rb. Rotterdam 5 september 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10635
Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoekster verblijft in een zelfstandige woonunit op een opvanglocatie voor ontheemde Oekraïners. Eind 2024 zijn er spanningen ontstaan tussen verzoekster en haar ex-partner, die een paar deuren verderop verbleef, wat vervolgens is geëscaleerd. Het personeel van de opvanglocatie heeft beiden een aanwijzing gegeven om te verplaatsen naar een andere opvangplek. De man heeft hier gehoor aan gegeven en verzoekster niet. Zij wil op haar huidige opvangplek blijven. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende spoedeisend belang heeft bij het door haar ingediende verzoek om een voorlopige voorziening. Zij blijft immers ook na verplaatsing opvang behouden. Daarnaast is er geen sprake van een evident onrechtmatig besluit. Het college heeft aannemelijk gemaakt dat er nog steeds sprake is van een gespannen situatie en dat zij er belang bij heeft om verzoekster te verplaatsen naar een andere opvangplek. Het verzoek wordt afgewezen.