Rb. Rotterdam 22 mei 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10606

Wvggz. Klacht ex artikel 10:7 lid 1 Wvggz, schadevergoeding ex artikel 10:11 lid 2 Wvggz, overplaatsing ex art. 8:16 Wvggz. Ontvankelijkheid verzoek. De Wvggz vult niet nader in wat het meedelen van de beslissing als bedoeld in artikel 10:7 lid 2 Wvggz behelst. Noch uit de overgelegde stukken noch tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden wat precies mondeling aan verzoeker is medegedeeld. Gelet op het bepaalde in artikel 10:5 lid 2 Wvggz heeft verzoeker in alle redelijkheid kunnen aannemen dat de zes weken termijn van artikel 10:7 lid 2 Wvggz pas is gaan lopen na ontvangst van de schriftelijke beslissing van de klachtencommissie. De rechtbank verklaart een van de klachten niet-ontvankelijk bij gebrek aan procesbelang. Eerbiedigen beslissing klachtencommissie over formele eisen overplaatsingsbeslissing ex art. 8:16 Wvggz (Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:1042), de rechtbank kent in dat kader in lijn met de Oriëntatiepunten voor schadevergoeding in verplichte zorgzaken een bedrag van € 20,- toe (schending zorgvuldigheidseisen). De rechtbank verklaart de inhoudelijke klacht over de overplaatsingsbeslissing ex art. 8:16 Wvggz ongegrond en wijst het schadevergoedingsverzoek af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken