Rb. Rotterdam 1 augustus 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10413
Verzoek machtiging te gelde maken afgewezen. Noodzaak om tot een behoorlijke verdeling te geraken is geen gewichtige reden in de zin van artikel 3:174 BW. Overige (zelfstandige) verzoeken hadden moeten worden ingeleid middels een dagvaardingsprocedure, zodat de zaak – in de stand waarin deze zich bevindt – wordt verwezen naar de handelskamer (artikel 69 Rv).
De uitspraak op rechtspraak.nl