Rb. Rotterdam 6 augustus 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10158
Boete van € 40.000,- voor 4x overtreding 18b(2) Wml. En boete van € 11.250,- voor overtreding van art. 4:3(2) Awt. Na zitting gevoegd. De minister heeft deze boetes aan eiseres opgelegd omdat zij niet met stukken kan aantonen wat de arbeids- en rusttijden van haar werknemers zijn en hoeveel uren zij gewerkt hebben. Beroep (deels (alleen boetehoogte)) gegrond: lagere boetes dan de minister heeft opgelegd zijn passend en geboden. De rechtbank stelt voor overtreding van de Wml de boete vast op € 22.500,- en voor de overtreding van de Atw op € 7.500,-.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Rotterdam 15 november 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:11323
- ABRvS 16 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4173
- ABRvS 20 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1146
- ABRvS 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:170
- ABRvS 7 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3622
- ABRvS 18 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1299
- ABRvS 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:870
- ABRvS 13 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:996
- ABRvS 9 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2493