Rb. Rotterdam 14 februari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:847
Het UWV heeft de ZW-uitkering terecht en op juiste wijze op de WIA-uitkering in mindering gebracht. Er is geen aanleiding om wegens bijzondere omstandigheden de berekening op basis van de dwingendrechtelijke bepaling van artikel 3:3, vijfde lid, onder a, van het AIB buiten toepassing te laten. Het is een bewuste keuze van de wetgever geweest om bij een samenloop van uitkeringen de ZW-uitkering op de WIA-uitkering in mindering te brengen. Dat als gevolg hiervan maandelijks een ander totaalbedrag aan uitkering ontvangt en dat de berekening hiervan onvoldoende inzichtelijk is, leidt niet tot het oordeel dat deze samenloopregeling onevenredig uitpakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl