Rb. Rotterdam 14 augustus 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:7904

Tussenvonnis. Heeft gedaagde onrechtmatig gehandeld door bij het namens de (inmiddels gefailleerde) vennootschap aangaan van de investeringsovereenkomst met eiser meer zekerheid te beloven dan te geven? Volgens gedaagde heeft hij met vestiging van een geconsolideerde Grundschuld voldaan aan de overeenkomst. Gedaagde mag tegenbewijs leveren van de voorshands bewezen geachte stelling dat eiser met de vennootschap is overeengekomen dat aan hem een eersterangs zekerheidsrecht op het onroerend goed zou worden verstrekt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen