Rb. Rotterdam 2 februari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:763

incident; Bevoegdheid kantonrechter; artikel 1019j, aanhef en onder a Rv; De vraag of verwijzing nodig is, wordt beoordeeld aan de hand van een voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil (artikel 71 lid 3 Rv.). De kantonrechter moet dus (voorlopig) beoordelen of sprake is van een pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:311 BW. Voor de vraag of er sprake is van een pachtovereenkomst of niet, wordt verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2034) waaruit volgt dat als de inhoud van een overeenkomst voldoet aan de omschrijving van artikel 7:311 BW, de overeenkomst moet worden aangemerkt als een pachtovereenkomst. Deze vraag naar de kwalificatie van een overeenkomst moet worden onderscheiden van de daaraan voorafgaande vraag welke rechten en verplichtingen partijen zijn overeengekomen. Die voorafgaande vraag dient te worden beantwoord aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Nadat met behulp van die maatstaf de inhoud van de overeenkomst is vastgesteld (uitleg), kan worden beoordeeld of die overeenkomst de kenmerken heeft van een pachtovereenkomst (kwalificatie), aldus de Hoge Raad.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken