Rb. Rotterdam 25 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:7447

Omgevingswet. Verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van het college om de aanvraag om omgevingsvergunning voor het realiseren van kozijnen in de zijgevel in rijks beschermd stadsgezicht buiten behandeling te stellen. Verzoek toegewezen. De voorzieningenrechter vat het besluit op als een afwijzing van de aanvraag om omgevingsvergunning, omdat geen van de in artikel 4:5 van de Awb genoemde omstandigheden zich voordoen. De rechtszekerheid brengt met zich mee dat ook derde-belanghebbenden, zoals verzoekster, rechtsmiddelen kunnen aanwenden. De voorzieningenrechter verwijst hierbij naar artikel 16.64a van de Omgevingswet. Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat het college zich onterecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen omgevingsvergunning nodig is voor de omgevingsplanactiviteit, zoals bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, omdat de kozijnen in de zijgevel worden geplaatst en dit op grond van artikel 2.30, derde lid, onder b, aanhef en onder 3o, van het Besluit bouwwerken leefomgeving niet toegestaan is. De voorzieningenrechter gelast het college bij wijze van voorlopige voorziening om de aanvraag in behandeling te nemen en een inhoudelijk besluit op bezwaar te nemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen