Rb. Rotterdam 24 januari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:626

Erfrecht. Vordering tot het afleggen van rekening en verantwoording door de executeur wordt afgewezen. Elke rechtsvordering op grond van het gevoerde beheer verjaart door verloop van vijf jaren na de dag waarop de executele is geëindigd (artikelen 4:151, 4:161 BW en 1:377 BW). De executeur stelt dat de executele in 2010 is geëindigd en eisers onderbouwen onvoldoende dat dit later moet zijn geweest of dat de executele nog niet formeel beëindigd is. De vordering is daarom verjaard. Eisers zijn voorts niet-ontvankelijk ten aanzien van hun vordering tot het opmaken van de in het testament van erflater genoemde schuldigerkenningen. Deze vordering ziet op het verdelen van de nalatenschap van erflater. Dit is processueel ondeelbare rechtsverhouding. Niet alle erfgenamen betrokken in de procesdure. Geen reden om eisers op grond van artikel 118 Rv alsnog in de gelegenheid te stellen dit te doen, omdat zij daar voldoende tijd voor hebben gehad. Vervolg op: ECLI:NL:RBROT:2023:9272

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen