Rb. Rotterdam 11 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:6150

SV. De rechtbank stelt voorop dat naar haar oordeel het UWV zich terecht op het standpunt stelt dat uit het toepasselijke wettelijk kader volgt dat gedurende de loop van de vrijwillige verzekeringen van eiser, zolang die niet tot uitkering kwamen, voor het UWV geen verplichting bestond tot indexering van het door hem verzekerde dagloon (wat zou hebben geleid tot een hogere premielast voor eiser) en dat het aan eiser was op grond van artikel 7 van de Regels vrijwillige verzekering Wet WIA 2007 (de Regels) het UWV te verzoeken om verhoging daarvan. Het betoog van eiser dat het UWV bij het bestreden besluit zijn beroep op het vertrouwensbeginsel ten onrechte niet heeft gehonoreerd, slaagt niet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen