Rb. Rotterdam 20 juni 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:5652
SV. WIA. In bezwaar heeft het UWV op basis van de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep geconcludeerd dat er een medisch verschoonbare reden is (dat de ex-werkneemster niet meewerkte aan het onderzoek). In beroep heeft een verzekeringsarts bezwaar en beroep gewezen op onduidelijkheden in het dossier en acht nader specialistisch onderzoek aangewezen (in afwijking van de eerdere rapportages). Met eiseres is de rechtbank van oordeel dat de rapportages geen deugdelijke motivering vormen, gebaseerd op zorgvuldig onderzoek, voor de conclusie dat de ex-werkneemster niet aan het onderzoek door de verzekeringsarts heeft meegewerkt. Het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit 2 is gegrond. Voor wat betreft de gemaakte proceskosten komen de kosten voor de door eiseres ingeschakelde deskundige (verzekeringsarts) voor vergoeding in aanmerking, met toepassing van de Wet tarieven in strafzaken en het Besluit tarieven in strafzaken. Het gefactureerde aantal uren voor de deelname aan de zitting wordt door de rechtbank gematigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl