Rb. Rotterdam 4 juni 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:5347

Wabo. Verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor het maken van verblijfsruimten in kelders van woningen. Geen onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak (kortsluiting), omdat het verzoek kort voor zitting hangende (pro forma) beroep is geworden in plaats van bezwaar. Verzoek is afgewezen, omdat gelet op hetgeen voorlopig is aangevoerd het beroep weinig kans van slagen heeft. Geen sprake van onlosmakelijke samenhang als bedoeld in artikel 2.7 Wabo en geen strijd met de parkeereis voor auto’s. De relativiteit staat verder in de weg aan een geslaagd beroep op de aangevoerde normen uit het Bouwbesluit 2012, omdat deze normen niet strekken tot hun belangen, dan wel dat zij op (ruime) afstand wonen vanaf het project. De normen uit het Bouwbesluit 2012 strekken ook niet ter bescherming van willekeurige voorbijgangers, maar richten zich primair op de gebruikers van het pand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken