Rb. Rotterdam 5 juni 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:5245
Geschil tussen ex-samenlevers. De man heeft geen recht op de helft van de overwaarde van de gezamenlijk bewoonde woning, omdat het onverdeelde aandeel van de man (in de daarop voorafgaande gezamenlijk bewoonde woning) al is verdeeld en geleverd aan de vrouw. Afwijkende afspraken op grond waarvan de man hiervoor een vergoeding van de vrouw kan vorderen, zijn onvoldoende onderbouwd gesteld gelet op de gemotiveerde betwisting van de vrouw. Uit de samenleveringsovereenkomst volgt niet dat de man recht heeft op de helft van de spaartegoeden van de vrouw. De vordering van de man op vergoeding van de heflt van de waarde van de gezamenlijke boedel is door de vrouw erkend en wordt daarom toegewezen. De reconventionele vordering van de vrouw dat de man zijn schuld uit een leningsovereenkomst tussen partijen aan haar moet betalen, wordt toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl