Rb. Rotterdam 16 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4963
Pensioenrecht. Pensioenfonds heeft voormalig bestuurder van een vennootschap aansprakelijk gesteld voor onbetaald gelaten pensioenpremies. Verzet tegen dwangbevel dat pensioenfonds heeft uitgevaardigd. De kantonrechter stelt het dwangbevel buiten effect, omdat in de aansprakelijkstelling niet is onderbouwd waarom de voormalig bestuurder hoofdelijk aansprakelijk zou zijn (artikel 23 lid 8 Wet Bpf). In reconventie gevorderde veroordeling van de voormalig bestuurder tot betaling van de pensioenpremie afgewezen. Er is een rechtsgeldige mededeling van betalingsonmacht gedaan (artikel 23 lid 4 Wet Bpf). Er is geen sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 23 lid 3 Wet Bpf).
De uitspraak op rechtspraak.nl