Rb. Rotterdam 22 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4732

De rechtbank stelt in een voorlopige voorziening voorafgaand aan de behandeling van een verzoek tot echtscheiding prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de procespositie van de jongmeerderjarige. De rechtbank vraagt de Hoge Raad of de jongmeerderjarige onder de reikwijdte valt van artikel 822 lid 1 onder c Rv. Ook vraagt de rechtbank of de werkwijze van de rechtbank in de echtscheidingsprocedure, waarbij het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie ten behoeve van de jongmeerderjarige ontvankelijk is wanneer de jongmeerderjarige de ouder die dit verzoek als nevenvoorziening indient daartoe heeft gemachtigd, zoals in de geest van de parlementaire geschiedenis van artikel 827 Rv en de gedachte dat artikel 827 lid 1 sub f (nieuw sub g) Rv is toegevoegd om afzonderlijke procedures te voorkomen, naar analogie in de voorlopige voorzieningenprocedure kan worden toegepast? Om de jongmeerderjarige niet de prejudiciële procedure te laten afwachten neemt de rechtbank een voorwaardelijke beslissing op het verzoek om een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie te bepalen, waartoe de jongmeerderjarige haar vader heeft gemachtigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen