Rb. Rotterdam 15 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4624

Wat voor overeenkomst geldt tussen partijen: bewaarneming of opdracht? Boot is toevertrouwd aan gedaagde voor het verrichten van onderhoudswerkzaamheden, zodoende sprake van een element van opdracht (het onderhouden van de boot) als een element van bewaarneming (het bewaren van de boot) en daarmee een gemengde overeenkomst als bedoeld in artikel 6:215 BW. Anders dan gedaagde aanvoert, geldt voor de zwaarte van de zorgplicht die op de bewaarnemer rust dat het niet uitmaakt of het om een pure overeenkomst van bewaarneming gaat of om een overeenkomst met een element van bewaarneming, de zorgplicht reikt bij eerstgenoemde overeenkomst niet verder dan bij de gemengde overeenkomst. De bewaarnemer moet de zaak die hij in bewaring heeft genomen aan de bewaargever teruggeven in dezelfde staat (artikel 7:600 BW juncto artikel 7:605 lid 4 BW). Gedaagde heeft niet kunnen voldoen aan de teruggaveplicht om de boot in dezelfde staat terug te geven nu de motoren ontbreken (door diefstal) en is daarmee tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting. Deze niet-nakoming van de nevenverbintenis om de zaak in dezelfde staat terug te geven, is een tekortkoming die in beginsel aan de bewaarnemer wordt toegerekend (artikel 6:74 lid 1 BW). De bewaarnemer kan het vermoeden van toerekenbaarheid ontkrachten door voldoende gemotiveerd te stellen en, zo nodig, te bewijzen dat de tekortkoming níet aan hem kan worden toegerekend. Dat betekent dat de bewaarnemer moet bewijzen dat hij niet is tekortgeschoten in de nakoming van de hoofdverbintenis om de zorg van een goed bewaarnemer in acht te nemen (artikel 7:602 BW). Om de vraag of de tekortkoming toerekenbaar is aan Gedaagde te beantwoorden, is van belang of Gedaagde de zorg van een goed bewaarnemer heeft betracht. Hoever deze zorg moet gaan, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, zoals de inhoud van de overeenkomst, de persoon van de bewaarnemer, de aard van de zaak die in bewaring wordt gegeven, het gebruik en de redelijkheid en billijkheid , maar ook wat de bewaarnemer weet over de aard van de zaak en het gebruik daarvan . Onder omstandigheden kan van de bewaarnemer worden verwacht dat hij zich tegen diefstal verzekert, waarbij van belang is of sprake is van een bewaarloon waarin voor een dergelijke verzekering een vergoeding is begrepen. Van een professionele bewaarnemer als Gedaagde mag worden verwacht dat de nodige maatregelen getroffen worden om diefstal te voorkomen. Gedaagde heeft daartoe het volgende aangevoerd. Zij heeft de boot, toen die onaangekondigd was aangemeerd bij haar werf, uit het water gehaald en op blokken gezet. Normaal laat zij boten waaraan onderhoud of een reparatie verricht moet worden ook wel in het water liggen maar omdat deze boot veel bekijks trekt vanwege de dure en zware motoren, heeft zij dat bij deze boot niet gedaan. Zij heeft dus bewust de boot uit het water gehaald om verderop op haar omheinde en afgesloten werf te stallen. Bij het stallen heeft Gedaagde gecontroleerd of de slotbouten op de motoren zaten en de sleutels daarvan in de kluis gelegd. De boot is zo uit het zicht geplaatst in een hoek van het terrein dat de boot vanaf de openbare weg niet zichtbaar was, vervolgens is er nog een pick up truck voor de boot geplaatst. Dit alles is door Gedaagde niet weersproken zodat hiervan uit wordt gegaan. Gedaagde heeft de stelling van Allianz dat zij de diefstal niet heeft voorkomen of wellicht daar de hand in heeft gehad omdat het camerasysteem niet werkte en de door de dieven gebruikte heftruck buiten stond die nacht gemotiveerd betwist. Volgens haar was het camerasysteem vanwege een verbouwing van de loods al langere tijd buiten werking. Ten tijde van de diefstal moest enkel nog de bekabeling van het systeem aangelegd worden, daarna kon het systeem in werking worden gesteld. De camera’s aan de voorzijde van het terrein werkten wel, op de rest van het terrein waren al wel de fysieke camera’s buiten opgehangen vanwege de afschrikwekkende werking daarvan. Daarnaast stond de door de dieven gebruikte heftruck niet toevallig buiten die nacht maar staat deze wel vaker ’s nachts buiten, wel op slot en de sleutels liggen in de kluis. De heftruck is door de dieven gesaboteerd in die zin dat het dashboard bij het contactslot is opengebroken en er draden waren verbonden om de heftruck te kunnen starten om daarmee de motoren, elk 340 kilo per stuk, te vervoeren naar hun bestelbus. Dit kon pas nadat er bouten en moeren van het hek waren losgeslepen om een deel uit het hekwerk te kunnen halen, de bouten van de motorsloten waren verwijderd en de stuurkolom van de pick up was gesloopt om deze te kunnen verplaatsen. De rechter acht de door Gedaagde genomen maatregelen dan ook voldoende om een diefstal te voorkomen. Het niet hebben van een verzekering maakt dit niet anders. Zoals gezegd wordt door Gedaagde het standpunt ingenomen dat de boot alleen voor onderhoud/reparatie bij haar werd gebracht en dat zij ook alleen rekeningen stuurde voor dat uitgevoerde onderhoud/reparatie en niet voor stalling. Dit laatste is niet betwist door Allianz zodat vast staat dat partijen geen bewaarloon zijn overeengekomen waar al dan niet een component voor een verzekering in opgenomen kan zijn. Het is in dat geval niet redelijk om van Gedaagde te verwachten dat zij een verzekering afsluit. Te meer nu dit alleen deze boot zou betreffen. Gedaagde heeft immers, eveneens onbetwist, aangevoerd dat zij met haar klanten die gebruik maken van de winterstalling overeenkomt dat die zelf hun boot verzekeren. Conclusie: Gelet op alle omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is het feit dat de motoren zijn gestolen niet toerekenbaar aan Gedaagde omdat zij heeft voldaan aan de van haar als bewaarnemer te vergen zorgplicht door voldoende maatregelen te treffen om de diefstal te voorkomen. Dit betekent dat het verzuim om de boot niet in dezelfde staat terug te kunnen geven Gedaagde niet kan worden toegerekend. Zij is dan ook niet gehouden de door Allianz geleden schade te vergoeden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken