Rb. Rotterdam 30 april 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4154
wrakingsverzoek deels niet-ontvankelijk verklaard en deels afgewezen. Het verzoek is deels niet tijdig gedaan nu een deel van de aangevoerde wrakingsgronden zien op gebeurtenissen die plaatsvonden tijdens én voorafgaand aan de mondelinge behandeling van een eerder wrakingsverzoek van verzoekster. Daar is volgens de wrakingskamer al op beslist. Het overige deel van het wrakingsverzoek ziet op een opgemaakt proces-verbaal van een zitting die geen doorgang heeft gevonden. Hoewel dit ongelukkig is geweest, is de wrakingskamer van oordeel dat dit geen aanwijzing biedt voor het oordeel dat de rechter door zijn persoonlijke instelling en overtuiging niet onpartijdig is dan wel dat sprake is van een zwaarwegende aanwijzing dat de door verzoeker geuite vrees dat de rechter jegens hem een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is.
De uitspraak op rechtspraak.nl